‘Always on’ of juist even niet?


Geïnspireerd geraakt door een boek dat ik recentelijk heb gelezen – t.w. het boek “Neem de tijd – overleven in de to go-maatschappij” van auteur Koen Haegens – voel ik een behoefte om mijn eigen inzichten met meer mensen te delen. Waarom? Omdat er voor mij een aantal puzzelstukjes op zijn plaats zijn gevallen en ik verwacht dat de verkregen inzichten mij de komende periode bij diverse dilemma’s waarvoor ik kom te staan zullen gaan helpen (en dat mogelijk ook bij anderen zullen doen). De idealist in mij wil dit delen…

Ik had al eerder kennis genomen van het feit dat uit onderzoek is gebleken dat sinds 1950 we 50% sneller zijn gaan praten, we gemiddeld een half uur minder slapen dan tientallen jaren geleden en dat circa 60% van de vrouwen en 52% van de mannen het gevoel heeft ‘te druk’ te zijn”. Toch is het streven naar meer rust, meer beschikking over eigen tijd, niet nieuw.

De oude Grieken hadden twee woorden voor tijd, te weten ‘chronos’ – oftewel ‘god van de tijd’ (het ontstaan van klokken, horloges) – en ‘kairos’ – innerlijke tijd/de gevoelstijd. De kloktijd is niet te veranderen, daarom is er de laatste tijd steeds meer focus op ‘innerlijke tijd’. Met andere woorden ‘hoe kunnen we meer bezit nemen van onszelf?’. Hoe kun je trager leven, onthaasten, als je steeds weer van innerlijke rust (leven in het nu, genieten van kleine dingen) in het jachtige leven terechtkomt?

Een probleem van deze tijd?

Neen. Al in 1840 was het in Parijs een hype om te ‘onthaasten’ en schafte men een schildpad aan om mee te gaan wandelen door de stad. Men geloofde in het fenomeen ‘ik vertraag dus ik ben’.

Aan de basis van onze tijd staat het ritme van het sociale leven. Het zijn altijd anderen die het maatschappelijke tempo bepalen en de onderlinge verwevenheid zorgt voor sociaal-economische pressie. We leven in een netwerkmaatschappij, 24/7 always on, overal en altijd bereikbaar. Je zou kunnen concluderen dat dit het einde is van de vrije tijd.

De nieuwe tijdsdiscipline is steeds minder verbonden aan een plaats, bijvoorbeeld het kantoor waar je werkt. Veel werknemers hebben de tijdsdiscipline in verregaande mate verinnerlijkt. De wil om snel te werken is onderdeel van onze eigen persoonlijkheid geworden.

Het is echter niet zo dat we simpelweg minder tijd hebben; de tijd die we tot onze beschikking hebben heeft een andere kwaliteit gekregen. Een dag telt 24 uur, het verschil zit hem in het tempo. Tijd kan niet vermenigvuldigd worden. De moderne maatschappij streeft naar groei, maar daarvoor staat nog steeds dezelfde hoeveelheid tijd ter beschikking. Er is sprake van een hoger levenstempo, terwijl er steeds minder collectieve (en individuele) ritmes zijn waar te nemen.

Een voorbeeld ter verduidelijking

Vroeger waren er veel boerenbedrijven. Men leidde een druk, maar minder stressvol leven. Het maatschappelijke tempo lag ook veel lager en er werd geleefd op het rimte van de natuur. Dit ritme van de natuur speelt allang geen rol meer.

Het na-oorlogse kapitalisme kan worden gekenmerkt door een grote mate van zekerheid: stabiele vaste banen, vaste rolpatronen (man kostwinner, vrouw zorgt voor het huishouden, er werd gespaard voor de studerende kinderen en voor de oudedagsreserve).

Er was zogezegd ‘duidelijkheid’: werk was werk, privé was privé. Vrije tijd was scherp afgebakend en zelfs op een zakenreis had je nog rust, want er was nog geen mobiele telefoon en geen mail. Alle ontwikkelingen vonden plaats in een (bijna) voorspelbare volgorde.

Deze overzichtelijke taak-/rolverdeling begon vanaf de jaren tachtig te verdwijnen. Er was sprake van een feministische golf op de arbeidsmarkt. Ditmaal zijn het de vrouwen die voornamelijk veel tijdsdruk ervaren, omdat ze alle ballen in de lucht menen te moeten houden (zakelijk/privé) en steeds het gevoel hebben ergens in tekort te schieten, wat ook heden ten dage nog steeds het geval is.

Bij Philips hebben we een training ontwikkeld – genaamd het work life program – waarbij jonge werkende ouders (mannen/vrouwen) de redenen van de onbalans met elkaar onderzoeken en oefenen hoe ze dit bespreekbaar kunnen maken thuis of op het werk.

De schrijver – Koen Haegens – noemt in zijn boek ook nog ‘de terreur van de tegelijkertijdigheid’. We multitasken steeds meer, we zijn actief in verschillende levenssferen tegelijkertijd (bijv. tijdens het thuiswerken ook even de baby een schone luier aan doen en eten geven, de wasmachine aanzetten, een collega telefonisch tewoord staan), en er is steeds minder sprake van collectieve ritmes.

Door tijd-/plaatsonafhankelijk werken – een hype van deze tijd – en de middelen die ons hierbij ter beschikking staan zoals een laptop/smartphone, verdwijnt het onderscheid tussen werk en privé. De arbeidstijd dringt steeds meer door in onze levenstijd. Het wordt steeds moeilijker om onderscheid te maken tussen werken en niet-werken. Oftewel tussen de betaalde ‘arbeidstijd’ en de veel meer omvattende ‘productietijd’, waar lang niet altijd een vergoeding tegenover staat. Denk bijvoorbeeld aan de tijd die je buiten werktijd aan kennisvergaring, het lezen van artikelen/publicaties, scholing besteedt. Of de zakelijke telefoontjes die je tijdens woon-/werkverkeer nog pleegt. Stiekem zijn we veel meer gaan werken, dan waarvoor we betaald krijgen.

Vroeger was er sprake van een heel voorspelbaar ritme: men studeerde, kreeg een baan, trouwde, kreeg al-dan-niet kinderen, spaarde om de kinderen te laten studeren en zette voldoende aan de kant als extra oudedagsreserve. Heden ten dage ontbreekt het aan een lange termijn perspectief.

Er is sprake van een geflexibiliseerd tijdsregime, dat wordt gekenmerkt door veel afwisseling (lees: onzekerheid). Het wordt steeds moeilijker – zo niet onmogelijk – voor mensen om zaken te plannen. Denk aan het tempo waarin veranderingen zich heden ten dage aandienen binnen bedrijven en in de maatschappij, wat een groot beroep doet op het aanpassingsvermogen van mensen.

Samenvattend is er dus wel degelijk sprake van ‘anders werken’, waarbij de effecten van de ‘terreur van de tegelijkertijdigheid’ zoals zojuist genoemd alsmaar zichtbaarder worden. Denk bijvoorbeeld aan het stijgend percentage burnout-gevallen. Hoe kunnen we meer controle krijgen over onze eigen tijd en welke persoonlijke beslissingen liggen hieraan ten grondslag? En zijn we in de huidige maatschappij, waarbij veel mensen hoge woonlasten hebben en afhankelijk zijn van een bepaald inkomen, wel voldoende in staat om werkelijk ons hart te volgen? Of worden we geregeerd door angst om toch maar te behouden wat we hebben en zijn we zelfs bereid hiervoor de nodige offers te brengen, zoals het inleveren van onze eigen vrije tijd? En wat doet de onzekerheid voor de toekomst en het ontbreken van een lange termijnperspectief met mensen?

Het vinden van een nieuw evenwicht

We zullen op zoek moeten gaan naar een nieuw evenwicht. Onze kinderen zullen hier ongetwijfeld weer anders mee omgaan, dan de keuzes die wij vandaag de dag maken (en de keuzes van onze (over-)grootouders). Er is een toenemende behoefte aan meer innerlijke rust, mindfulness en een betere werk/privé-balans. Laten we elkaar hierin ondersteunen, samen zijn we sterk en kunnen het verschil maken!

Recentelijk was ik gastspreker bij de ‘Brabant Jongerendag’ (jongeren in de leeftijd van 13-21 jaar). Uit de discussies die met de jongeren plaatsvonden – over het thema 24/7 bereikbaar zijn – heb ik overgehouden dat de meeste jongeren als ze huiswerk maken hun smartphone beneden in de huiskamer laten liggen en het prettig vinden als hun ouders grenzen stellen aan het gebruik van multi-media. ‘Er zit een aan/uit-knop op!’ – aldus de jongeren – wat dus niet wil zeggen dat je altijd ‘standby’ moet zijn. Ook vinden ze dat hun ouders hierin een voorbeeld-functie hebben, maar zijn de ouders zich hiervan wel bewust? En wat kunnen wij hiervan leren in het bedrijfsleven, denk aan de rol van leidinggevenden?

Of … zoals ik recentelijk hoorde, moeten we na het Sonja Bakker dieten nu op “email-dieet” en meer proberen de focus te leggen op mono-tasken, dan steeds te willen multi-tasken, wat maar weinig mensen echt goed kunnen. Of gaan “digi-minderen”?

Wist je dat het gemiddeld 15-20 minuten duurt voordat je weer in je opperste concentratie bent, nadat je afgeleid bent door een binnenkomende mail (lees prikkel). Harvard heeft dit onderzocht. Bedenk eens wat dit doet met onze productiviteit.

Wie wordt er niet afgeleid als je achter je laptop zit te werken als rechts onderin een pop-up schermpje komt dat er weer een mailbericht is binnengekomen of als er een bliebje gaat dat er op je telefoon een what’s App is binnengekomen?

Er zijn bedrijven die inmiddels besloten hebben om het mailverkeer in het weekend niet meer toegankelijk te maken voor het personeel. Kim Spinder heeft zelfs ‘The Harvard M-Prize for Management Innovation’ gewonnen met haar boek ‘we quit mail’, waarin ze organisaties uitdaagt om zich klaar te maken voor de toekomst.

Hierbij geeft ze een aantal handreikingen om het mailverkeer voor jezelf aan banden te leggen en zelfs te overwegen om helemaal geen mail meer te versturen en alles via persoonlijke contacten – face to face of telefonisch – te doen. Kunnen jullie je voorstellen dat je je mail niet meer zou gebruiken? Nou, ik ben nog niet zo ver …. hoewel ook ik af en toe wel eens een email-loze dag wens in gedachten.

Wie wil er immers niet uit de vicieuze cirkel van e-mail beantwoorden, e-mail reactie, e-mail beantwoorden, etc en dagelijkse weer een volle inbox? Volgens Mc Kinsey besteedt de zakelijke gebruiker gemiddeld 2 uur en 14 minuten per dag aan het lezen van en reageren op e-mail: dit is 28% van de werkdag, 114 e-mails per dag.

De Universiteit van Glasgow heeft middels onderzoek aangetoond dat als leiding-gevenden minder mailen, hun medewerkers volgen. Wanneer 5 leidinggevenden hun e-mailgebruik halveren, levert dat per medewerker gemiddeld 26 minuten tijdswinst per dag op (dus bijna een half uur!).

Technostress

Steeds meer medewerkers lopen tegen de grenzen van e-mail aan. Het is met honderden e-mails per week niet meer mogelijk je werk goed te doen. Volgens Johan Braeckman van de Universiteit van Gent, springen we mentaal om de zoveel seconden van de ene e-mailverbinding naar de andere verleiding op onze telefoon, waardoor we niet in staat zijn tot creatief denken. Ons brein komt niet meer tot rust en krijgt zoveel stimuli te verwerken dat we onze focus verliezen.

Maar wat kunnen we met dit gegeven in het bedrijfsleven? Hoe beïnvloeden we het menselijke gedrag? Welke invloeden spelen hierop in vanuit de organisatie, de maatschappij, de privé-context waarbinnen we ons als mens bewegen? Welke rol hebben de diverse partijen hierin? Hoe kunnen we burnout – of moet ik tegenwoordig zeggen ‘technostress’ – voorkomen en werktijd weer werktijd laten zijn en privé-tijd weer privé-tijd (en vooral ook de positieve kanten van de nieuwe technologische ontwikkelingen, waaronder de digitalisering, benutten)?

Ik begin er voor mezelf steeds meer achter te komen dat je kunt blijven wachten tot er iets verandert – tot anderen het initiatief nemen – maar dat je ook het heft in eigen hand kunt nemen en voor jezelf je mind kunt opmaken hoe jij met alle technologische ontwikkelingen (denk aan de laptop, smartphone, social media) wilt omgaan en gepassioneerd en productief kunt blijven werken … en bovenal ook met plezier!

Met dank aan Koen Haegens (redacteur ‘Neem de tijd’) en Kim Spinder (redactrice ‘We quit mail’) en Annemie Schuitemaker (directeur Career & Live).